Renault Twingo: Verlichting en signalen

Renault Twingo | Renault Twingo III (X07) Instructieboekje | Ken uw auto | Verlichting en signalen

Verlichting en signalen

Markeringslichten

Draai de ring 2 tot het symbool bij het merkteken 3 staat.

Op het instrumentenpaneel gaat een controlelampje branden.

Verlichting en signalen

Functie verlichting overdag (alleen voorlampen)

Als de auto ermee uitgerust is, schakelen de lichten automatisch in bij het starten van de motor of, afhankelijk van de auto, bij het aanzetten van het contact.

Controleer, voordat u in het donker wegrijdt, de werking van de verlichting en stel indien nodig de stand van de koplampen af op de belasting van de auto. Zorg ervoor dat de lichten niet bedekt zijn (vuil, modder, sneeuw, vervoer van voorwerpen, enz.).

Dimlicht
Handbediend

Draai de ring 2 tot het symbool bij het merkteken 3 staat. Dit controlelampje op het instrumentenpaneel licht op.

Automatische werking (afhankelijk van de auto)

Draai de ring 2 tot het symbool AUTO bij het merkteken 3 staat: draaiende motor, de dimlichten schakelen automatisch in en uit, naargelang de helderheid buiten, zonder dat u de schakelaar 1 hoeft te bedienen.

Wanneer u links rijdt met een auto met de bestuurdersstoel aan de linkerkant (of andersom), bent u verplicht om tijdens uw verblijf de lichten af te stellen (raadpleeg de paragraaf "Koplampen afstellen" in hoofdstuk 1).

Verlichting en signalen

Grootlicht

Duw met draaiende motor en met de dimlichten aan tegen de lichtschakelaar 1. Dit controlelampje op het instrumentenpaneel licht op.

Om het grootlicht uit en het dimlicht weer in te schakelen, trekt u de lichtschakelaar 1 opnieuw naar u toe.

Uitschakelen van de lichten

Er zijn twee mogelijkheden:

Waarschuwingssignaal verlichting brandt nog

Er klinkt een geluidssignaal bij het openen van het bestuurdersportier om u te waarschuwen dat de lichten nog branden.

Mistlichten voor

Draai de centrale ring 4 van de schakelaar 1 tot het symbool tegenover het merkteken 3 staat en laat dan los.

De werking is afhankelijk van de gevoerde verlichting; het controlelampje op het instrumentenpaneel gaat branden.

Functie bochtlichten

Als de dimlichten branden, gaat in bepaalde omstandigheden (snelheid, stuurwielhoek, vooruit rijden, richtingaanwijzer ingeschakeld enz.) een van de mistlichten vooraan aan om bij het draaien de bocht te verlichten.

Functie bochtlichten

Mistachterlicht

Draai de centrale ring 4 van de schakelaar tot het symbool tegenover het merkteken 3 staat, laat daarna los.

Afhankelijk van de auto, gaat de schakelaar terug in stand 0 of blijft hij in dezelfde stand staan.

De werking is afhankelijk van de gevoerde verlichting; het controlelampje op het instrumentenpaneel gaat branden.

Zodra de weersomstandigheden dit toelaten moet u het mistachterlicht uitschakelen om de achter u rijdende weggebruikers niet te hinderen.

Uitschakelen van de mistlichten

Er zijn twee mogelijkheden:

Bij het uitschakelen van de verlichting, gaan ook de mistlichten voor en achter uit.

Bij mist, sneeuw of bij het vervoer van voorwerpen die voorbij de voorkant van het dak uitsteken, werkt de automatische verlichting niet altijd.

Het inschakelen van de mistlichten blijft onder controle van de bestuurder: de controlelampjes op het instrumentenpaneel informeren u over het inschakelen (controlelampje brandt) of uitschakelen (controlelampje uit).

MEER SOORTGELIJK:

 Chevrolet Spark. Sleutels, portieren en ruiten

De sleutel en de afstandsbediening van uw Chevrolet Spark zijn ontworpen voor betrouwbaar en dagelijks gebruik. Het is belangrijk om de sleutel zorgvuldig te behandelen en blootstelling aan vocht, stoten of extreme temperaturen te vermijden, omdat dit de werking van de centrale vergrendeling en elek

 Chevrolet Spark. Opbergen

Opbergruimten Waarschuwing Berg geen zware of scherpe objecten in de opbergruimten op. Anders kan de klep van de opbergruimte open gaan en kunnen de inzittenden bij krachtig remmen, plotseling afslaan of een ongeval letsel door rondslingerende voorwerpen oplopen.  Opbergvak